Ben Buitendijk

Jager

i. verstoten

Atara voelde een beroering.

Ze concentreerde zich, reikte uit. Ja, daar, ver in het zuiden, aan de grens van haar bereik, een aanwezigheid. Opnieuw had een boze geest een dier gegrepen en joeg het nu in de richting van het dorp met maar één verlangen: dood en verderf.

Ze aarzelde geen ogenblik. Ze greep haar speer stevig vast en rende een tak op die omlaag leidde naar het woonniveau.

De bijna volle maan drong nauwelijks door de dichte begroeiing van de kruinen heen, maar het weinige licht was genoeg voor Atara's scherpe nachtogen. Zeker van haar weg rende ze over de takken en de smalle hangbruggen die de grotere gaten overbrugden.

Dit was haar kans. Nu zou ze laten zien dat ze naam jager waard was. Bandu zou niets meer te zeggen hebben als ze deze gegrepene gedood had.

De spanning van de jacht deed haar hart zwellen. Alle jaren van training kwamen samen in dit moment.

Ze sprong omlaag op de grond en spurtte zuidwaarts over de smalle wildpaden die het woud doorkruisten. Lang voor de gegrepene zelfs maar in de buurt van het dorp kwam, zou ze hem onderscheppen. Nguda zou trots op haar zijn. Hij had altijd in haar geloofd. Ondanks de tegenstand van Bandu had hij haar getraind en op haar achttiende verjaardag had hij haar persoonlijk geschoren.

Plotseling bleef ze staan. Ze voelde niet een, maar twee aanwezigheden, twee donkere, dreigende aanwezigheden, recht voor haar. Ze waren nog steeds ver weg, maar er ging een rilling door haar heen. Twee gegrepenen. Dat had ze nog nooit gehoord. En zo dicht bij elkaar, alsof ze samen op trokken. Dat leek totaal niet op de blinde furie die de gegrepenen meestal kenmerkten, hun niets ontziend voortrazen tot ze uiteindelijk gedood werden en de boze geest van Onder hen moesten loslaten.

Zou ze teruggaan en de andere jagers waarschuwen? Nee, haar hele wezen kwam in opstand tegen die gedachte. Nooit! Dat was een erkenning van haar onvermogen, dan zouden ze haar helemaal niet meer accepteren.

Atara slikte en haalde diep adem. Geen paniek nu. De boze geesten voelden haar aanwezigheid even duidelijk als zij de hunne. Daar kwamen ze op af. Net als toen …

'Stop,' zei ze zacht tegen zichzelf. 'Concentreer je. Hier en nu!' Dat waren de woorden die Nguda steeds gebruikt had als ze door de herinneringen overmand dreigde te worden.

Geen paniek.

'Buban help mij,' fluisterde ze.

Ze moest de boze geesten hier zo lang mogelijk bezig houden. De andere jagers zouden hun aanwezigheid ook bemerken en haar te hulp komen. Het zou een dans met de dood worden.

Ze greep haar speer stevig vast en kwam weer in beweging. Geen van de anderen was sneller, leniger of behendiger. Zij zou de gegrepenen tegenhouden!

Toch liep ze niet meer zo hard als eerst. Ze had een plan en zocht een geschikte locatie.

De geesten voelden haar, zoals zij hen, maar dieren die gegrepen waren, bleven dieren. 'De geesten kunnen hen sterker maken, sneller, slimmer,' zei Nguda steeds, 'maar het blijven dieren!'

En dus kon ze hen misschien toch verrassen.

*

Een scherm van bladeren verborg Atara voor de naderende dieren. Natuurlijk zouden de geesten haar aanwezigheid voelen, maar de groene en bruine strepen van haar kleding boden voldoende camouflage. De dieren zouden haar niet zien zolang ze niet bewoog. En ze moest weten wat voor dieren er kwamen. Dat bepaalde in hoge mate haar plan.

'Vul je hart met positieve gedachten,' hoorde Nguda weer zeggen. 'Deze geesten voeden zich met negatieve emoties, angst, woede, haat. Het maakt ze alleen maar sterker. Zoek het positieve.'

Dus bad ze de woorden die hij haar geleerd had, zocht ze de nabijheid van haar maker:

In uw armen ben ik veilig, Buban,

Uw leiding wil ik volgen.

In uw handen ben ik veilig, Buban,

Wees mijn gids van Boven.

Ze voelde de nadering van de dieren, hoewel de gewone oerwoudgeluiden hun nadering nog overstemden. De twee liepen nu achter elkaar. Er was zo te voelen een flink gat tussen hen.

Een onmiskenbaar geroffel gevolgd door een brul deed het oerwoud een ogenblik stilvallen. Atara bevroor.

Een gorilla! Net als toen … Nee! Niet aan denken nu. Aandacht op het hier en nu. Dit is niet toen. Toen was ze hulpeloos geweest, een kind nog. Nu niet. Nu is zij een jager.

Een ogenblik later kwam de gorilla tevoorschijn. Het was een jong mannetje, die waarschijnlijk sinds kort zijn geboortegroep had verlaten, of was weggejaagd. Hij ging op handen en voeten. Zijn kop bewoog zich van links naar rechts en terug. Hij zocht haar.

Atara wachtte. Het tweede dier bleef nog onzichtbaar. Het smalle pad en de dichte begroeiing aan weerskanten dwong hen achter elkaar aan te lopen, daarom had ze deze plek gekozen. Maar ze zou snel met de gorilla moeten afrekenen.

Atara wachtte tot de gorilla niet meer dan drie passen van haar vandaan was. Hij zag haar nog steeds niet. Zodra ze bewoog, hield de gorilla stil. Atara sprong tevoorschijn en schreeuwde luid. 'Blijf staan. Niet verder!'

Precies zoals ze verwacht had, richtte de gorilla zich op en roffelde op zijn borstkas. Maar ze wachtte niet af. Met gevelde speer dook ze naar voren.

De lange punt van de speer drong vlak onder de borstkas binnen. Atara bewoog het uiteinde omlaag waardoor de punt omhoog kwam. Een snelle beweging van links naar rechts en de brul en het geroffel van de gorilla stokte.

De kreet die toen door het oerwoud galmde was niet van deze wereld. Atara huiverde. Haar benen werden slap en ze kon zich slechts met de grootste moeite staande houden. Snel trok ze de speer terug en deed een stap achteruit en nog een. Maar de gorilla viel opzij, in het struikgewas.

Er klonk een brul die haar bloed leek te bevriezen. Vlak achter de gevallen gorilla stond een bosleeuwin.

Ze schudde haar kop en keek Atara strak aan. Opnieuw brulde ze. Maar Atara was niet onder de indruk. Leeuwen waren de meest voorkomende slachtoffers van de boze geesten. En ook zonder dat ze gegrepen waren vormden de bosleeuwen een gevaar. Jaren van voorbereiding resulteerden in een bijna automatische reactie.

Ze zette het uiteinde van de speer op de grond. Haar rechtervoet erachter. Ze liet de punt zakken tot ongeveer dertig centimeter boven de grond. Zo wachtte ze.

Opnieuw brulde de leeuwin. Ze sprong naar voren, zette af voor de sprong. Op dat moment kwam de punt van Atara's speer omhoog en ving ze de leeuwin op de vlijmscherpe punt.

Op het allerlaatste moment liet ze haar speer los en sprong naar achteren. Net te laat. Een klauw raakte haar linkerarm en liet een lange, diepe snee achter. Atara trok haar mes en wachtte af.

De leeuwin brulde en kronkelde om de speer kwijt te raken. Haar doodsstrijd was verschrikkelijk.

Opnieuw klonk er een onwerkelijke gil. Atara drukte haar handen tegen haar oren en zakte op haar knieën. Bijna verloor ze het bewustzijn.

Maar het was voorbij. Ze had beide aanwezigheden verdreven. Ze had het gered.

Ze slaakte een diepe zucht.

'Het spijt me,' zei ze zacht, terwijl ze met haar uitgestrekte hand een ogenblik de kop van de leeuwin aanraakte. Ze kwam overeind en liep naar de gorilla. Ook diens kop streelde ze even. 'Het spijt me dat ik je moest doden.'

Dit was altijd het moeilijkste. Het was verschrikkelijk wat deze dieren werd aangedaan. Eerst werden ze gegrepen door een boze geest die ze tot razernij dreef. Ze vond het verschrikkelijk, maar de enige manier om hen te bevrijden was hen te doden.

Maar, ze had zichzelf bewezen!

*

Nee!

Atara draaide zich om.

Nee, niet nog een.

Een duistere vlek drong zich aan haar op. Daar! Het moest in het dorp zijn, nog een aanwezigheid. Nee! Niet nu.

Het gevoel van triomf vervloog en maakte plaats voor angst, wanhoop. In het dorp! Hoe was dat mogelijk?

* * *


Wil je meer lezen? Schaf dan het hele boek aan.