Ben Buitendijk

Vrouw

Tim Ross kon zijn ogen niet geloven toen er een naakte vrouw uit de struiken stapte. Dat kon niet. De dieren die ze tot nu toe waren tegen gekomen toonden nauwelijks gelijkenis met aardse organismen. Hoe zouden hier dan mensen kunnen leven.

Onmogelijker dan dat was dat ze het evenbeeld was van zijn overleden vrouw. Ze keek hem aan en glimlachte. Was dit dan de hemel?

Maar voor hij wat kon zeggen, zakte ze in elkaar.

'Snel,' hoorde hij Aron roepen. 'Leg het in de scanner en dan in de kooi. Ik heb geen idee hoe lang het onder zeil blijft.'

Tim draaide zich om als in een droom en zag zijn collega's met een draagbaar uit het kamp komen rennen. Aron had het verdovingsgeweer nog in zijn hand.

'Tim, kom helpen!'

Aarzelend kwam Tim in beweging. Waarom hadden ze haar neer geschoten. Ze was ongevaarlijk. Er was geen liever vrouw dan Evelyn.

Tim bediende de scanner bijna mechanisch. Dat was zijn taak. Aron zou als exo-bioloog de scans bestuderen.

Nadat ze de vrouw in de 'kooi' geplaatst hadden, een kamer die speciaal ingericht was om grotere specimens in te kunnen opsluiten en bestuderen, controleerde Tim alle filters en stelde de apparatuur in waarmee haar bewegingen en levenstekenen voortdurend gemonitord werden.

Als snel ontwaakte Evelyn. Ze kwam overeind maar keek niet op. Zo bleef ze staan, onbeweeglijk.

Tim herinnerde zich dat Evelyn op haar linkerbil een litteken had. Een uit de hand gelopen stoeipartij met haar broertje. Hij selecteerde de monitor die haar van linksachter bekeek. Hij zag in eerste instantie niets en zoomde in.

Ja! Daar was het. Precies zoals hij het zich herinnerde.

Tim werkte de voorgeschreven reeks audio-visuele signalen af. Ze reageerde nergens op.

'Enige respons?' vroeg Aron toen hij uren later binnenkwam.

'Niets,' zei Tim. 'Helemaal niets.'

'Ik heb de voorlopige resultaten.' Aron riep wat tevoorschijn op zijn tablet. 'De inwendige structuur wijkt nogal af van de menselijke.'

Hij keek op van zijn tablet.

'Mijn voorlopige conclusie op grond van wat we nu hebben, is dat we met een roofdier te maken hebben, een vleeseter.'

Onmogelijk, dacht Tim. Evelyn was geen vegetariër geweest, maar vlees had ze toch met mate gegeten.

'Wat is er, Tim? Twijfel je aan mijn conclusies?'

Ja! 'Nee, natuurlijk niet. Dat is jouw terrein.'

'Tijd om naar bed te gaan, Tim,' zei Aron, zich afwendend. 'Als er iets gebeurt, waarschuwen de systemen ons wel. Het is een lange dag geweest.'

'Ik kom zo,' zei Tim. 'Ik moet nog een paar dingen doen.'

Zodra Aron was verdwenen, liep Tim naar de deur die toegang gaf tot de kooi. Zijn hand zweefde boven de toetsen van het slot. Hij aarzelde.

Nee! Ze was zijn vrouw.

Snel toetste hij de code in en stapte naar binnen. De deur liet hij op een kier staan.

Evelyn keek op en opende haar ogen.

Tim bleef staan. Dit was niet goed. Haar ogen waren blauw en …

De ogen gingen dicht en weer open. Nu waren ze bruin. Ze glimlachte.

Het volgende moment vloog Tim door de lucht en knalde tegen de achterwand. Op het moment dat hij de grond raakte, hoorde hij hoe het slot van de deur zich weer vergrendelde.