Ben Buitendijk

Vergeten verleden

In het jaar des Heren 1523 ontvluchtte een vloot van 11 schepen de haven van Morretesj. Zij lieten een land achter dat verteerd werd door een burgeroorlog. Wat begonnen was als een opstand van boeren was ontaard in een oorlog tegen de leidende elite en de kolonisten die zich onder hun bescherming daar gevestigd hadden.

Deze kolonisten hadden maar een doel: zoveel mogelijk graan verbouwen om de hongerigen in hun vaderland, Torheven, te voeden. Jaar op jaar was daar de oogst grotendeels mislukt of verloren gegaan en het oog van haar leiders was gevallen op de vruchtbare landen die in de voorafgaande jaren ontdekt waren om het volk te voeden.

Maar na een aantal jaren waren daar de opstanden uitgebroken en deze waren nu uitgegroeid tot een regelrechte burgeroorlog. De kolonisten vluchtten en masse naar de haven. De kapiteins van de schepen wilden hun lading - voor zover aan boord - veilig stellen maar namen toch elk een aantal vluchtelingen aan boord. Een schip werd opgeÃĢist door de zoon en dochter van de gouverneur-generaal en een kleine lijfwacht. De zoon van de gouverneur-generaal beval dat de schepen onmiddellijk moesten afvaren.

Op zee kwamen ze na enkele dagen in een storm terecht die hen voortjoeg tot ze op een mistbank liepen. Die mistbank omgaf een poort naar een andere wereld. Zeven schepen gingen door die poort en kwamen in de wereld van Nogunatira terecht maar zonder enige herinnering aan de wereld die zij hadden achter gelaten.

Een nieuwe storm dreef de schepen uit elkaar en wierp deze op de kust van Nogunatira. Zes slaagden er in behouden aan land te komen, een schip liep op de rotsen vlak voor de kust waarbij een deel van de opvarenden omkwam.

Het schip met de kinderen van de gouverneur-generaal landde op een eiland. Ook zij werden begroet door hen-die-spreken, maar de mensen verdreven hen en vermoordden er velen. Nadat het eiland 'gezuiverd was van alle monstruositeiten' vestigden ze daar het Koninkrijk met Tirre, de zoon van de Gouverneur-generaal als koning en diens zuster Telle als zijn koningin. Op de westkust van het eiland bouwden ze hun stad Hevenstor en later Steenhaven aan de baai als uitvalsbasis voor hun vloot.

Binnen tien jaar hadden ze een aantal schepen gebouwd waarmee ze op zoek gingen naar hun broeders. Die hadden zich inmiddels gevestigd in de Schenkingen. De mensen van het Koninkrijk nodigden hen uit zich in het Koninkrijk te vestigen, maar de meesten hadden daar geen behoefte aan. Vervolgens eisten ze dat alle mensen het gezag van de koning in Hevenstor, die zich koning van alle mensen noemde, erkenden, maar ook dat weigerden ze.

Omdat hij niet in een positie verkeerde zijn gezag af te dwingen, richtte de koning zich op handel met de Schenkingen, hoewel hij en zijn zonen zijn titel 'koning van alle mensen' handhaafde. En hun lange termijn doel is uiteindelijk hun heerschappij in alle Schenkingen te vestigen en daarna de verovering van heel Nogunatira!

Lange tijd waren het de schepen van het Koninkrijk die de Hartzee domineerden. Pas de laatste 50 jaar bouwen ook de Schenkingen hun eigen schepen en drijven ze hun eigen handel. Dit tot ongenoegen van het Koninkrijk dat steeds vaker zijn toevlucht neemt tot piraterij in plaats van handel.

De beslissing om de mensen eigen gebieden te schenken is voornamelijk genomen door de rassen van Hen-die-Spreken die direct geraakt werden door hun verschijning: de Paradijsvogel(s), de Salamanders, de Centaurs, de Herten, de Wolven en de Feniks en een aantal van hun directe buren zoals de Kobolden in het noorden en de Fae in het midden. Aruvanne hoorde ervan en eiste betrokken te zijn omdat hij 'ervaring had met het menselijk ras'. De meningen waren aanvankelijk verdeeld, waarbij Aruvanne de woordvoerder werd van hen die erop tegen waren de mensen gastvrijheid te verlenen. Hij waarschuwde dat de mensen geneigd waren tot geweld, leugen en allerlei kwaad en uiteindelijk zou streven de hele wereld te overheersen, zoals zij dat ook op andere werelden hadden gedaan.

Maar uiteindelijk wonnen de argumenten van hen die barmhartigheid en gastvrijheid voorop stelden. De concessie die Aruvanne kreeg was dat de mensen de Schenkingen niet mochten verlaten en dat Zij-die-Spraken alle contact met de mensen zouden mijden. Zo hoopte hij Nogunatira te beschermen tegen de kwade invloeden van de mensen.

Maar een aantal rassen was ontstemd dat hun mening niet gevraagd was. Bij sommige rassen, en sommige individuen, leidde dat tot een negatieve houding ten opzichte van de mensen.